Vertaling van trouw
getrouwheid {zn.}
getrouw {bn.}
loyaliteit
trouwhartigheid
getrouwheid {zn.}
trouw
getrouw
trouwhartig {bn.}
loyaliteit
getrouwheid {zn.}
loyaal
getrouw {bn.}
in de echt verbinden {ww.}
ik trouw
jij trouwt
hij/zij/het trouwt
ik trouw
jij trouwt
hij/zij/het trouwt
» meer vervoegingen van trouwen
in het huwelijk treden {ww.}
ik trouw
jij trouwt
hij/zij/het trouwt
ik trouw
jij trouwt
hij/zij/het trouwt
» meer vervoegingen van trouwen
uithuwelijken
in de echt verbinden {ww.}
ik trouw
jij trouwt
hij/zij/het trouwt
ik trouw
jij trouwt
hij/zij/het trouwt
» meer vervoegingen van trouwen
in het huwelijk treden {ww.}
ik trouw
jij trouwt
hij/zij/het trouwt
ik trouw
jij trouwt
hij/zij/het trouwt
» meer vervoegingen van trouwen
uithuwelijken
in de echt verbinden {ww.}
ik trouw
jij trouwt
hij/zij/het trouwt
ik trouw
jij trouwt
hij/zij/het trouwt
» meer vervoegingen van trouwen
trouwen {ww.}
ik trouw
jij trouwt
hij/zij/het trouwt
ik trouw
jij trouwt
hij/zij/het trouwt
» meer vervoegingen van trouwen
Voorbeelden in zinsverband
Altijd trouw
Altijd trouw
De vertaling is trouw aan het originele.
De vertaling is trouw aan het originele.
Te goeder trouw
Te goeder trouw
Trouw is zeldzaam
Trouw is zeldzaam
Deugd, eenheid en trouw
Deugd, eenheid en trouw
Trouw moet worden onderhouden
Trouw moet worden onderhouden
De naam van een vriend is gewoon, maar zeldzaam is trouw.
De naam van een vriend is gewoon, maar zeldzaam is trouw.