Vertaling van uitblussen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
uitdoen, uitmaken, uitdoven, uitblussen, doven, blussen {ww.}
uitdoen
uitmaken
uitdoven
uitblussen
doven
blussen {ww.}
uitmaken
uitdoven
uitblussen
doven
blussen {ww.}
ik zal blussen
ik zou blussen
jij zult blussen
ik zal uitdoen
ik zou uitdoen
jij zult uitdoen
» meer vervoegingen van uitdoen
Kan je het licht uitdoen?
Kan je het licht uitdoen?
Moet ik hier mijn schoenen uitdoen?
Moet ik hier mijn schoenen uitdoen?
blussen, uitblussen {ww.}
blussen
uitblussen {ww.}
uitblussen {ww.}
ik zal blussen
ik zou blussen
jij zult blussen
ik zal blussen
ik zou blussen
jij zult blussen
» meer vervoegingen van blussen