Vertaling van uitweg
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
uitweg {zn.}
uitweg {zn.}
Uitweg {eigenn.}
Uitweg {eigenn.}
uitvlucht, uitweg {zn.}
uitvlucht
uitweg {zn.}
uitweg {zn.}
Dat is een goedkope uitvlucht.
Dat is een goedkope uitvlucht.
uitgang , uitweg , afrit {zn.}
uitgang
uitweg
afrit {zn.}
uitweg
afrit {zn.}
Waar is de uitgang?
Waar is de uitgang?
uitkomst , uitweg {zn.}
uitkomst
uitweg {zn.}
uitweg {zn.}
Ik ben tevreden met de uitkomst van mijn wiskundetoets.
Ik ben tevreden met de uitkomst van mijn wiskundetoets.
De uitkomst beantwoordt niet aan de verwachtingen
De uitkomst beantwoordt niet aan de verwachtingen