Vertaling van urgent
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
met spoed, urgent {bw.}
met spoed
urgent {bw.}
urgent {bw.}
dringend, urgent, spoedeisend, brandend {zn.}
dringend
urgent
spoedeisend
brandend {zn.}
urgent
spoedeisend
brandend {zn.}
Het was dringend.
Het was dringend.
Het is dringend!
Het is dringend!
dringend, pressant, spoedeisend, urgent, acuut, nijpend {bn.}
dringend
pressant
spoedeisend
urgent
acuut
nijpend {bn.}
pressant
spoedeisend
urgent
acuut
nijpend {bn.}