Vertaling van variabel

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
variabel {bn.}
variabel {bn.}
variabel, wisselbaar {bn.}
variabel
wisselbaar {bn.}
veranderlijk, alterabel, flexibel, glijdend, mutabel, onbestendig, variabel, vlottend, wisselend {bn.}
veranderlijk
alterabel
flexibel
glijdend
mutabel
onbestendig
variabel
vlottend
wisselend {bn.}


Gerelateerd aan variabel

wisselbaar - veranderlijk - alterabel - flexibel - glijdend - mutabel - onbestendig - vlottend - wisselendbestaanbaar