Vertaling van verdiensten

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
verdiensten, merites {zn.}
verdiensten
merites {zn.}
inkomen, verdienste (mv. verdiensten), opbrengst, ontvangst {zn.}
inkomen
verdienste (mv. verdiensten)
opbrengst
ontvangst {zn.}
Een vast inkomen is een belangrijk iets voor mij.
Een vast inkomen is een belangrijk iets voor mij.
verdienste (mv. verdiensten) {zn.}
verdienste (mv. verdiensten) {zn.}
verdienste (mv. verdiensten) {zn.}
verdienste (mv. verdiensten) {zn.}
baat [v], winst, verdienste (mv. verdiensten), gewin {zn.}
baat [v]
winst
verdienste (mv. verdiensten)
gewin {zn.}
Wie heeft er baat bij?
Wie heeft er baat bij?
salaris, loon, wedde, verdienste (mv. verdiensten), traktement, gage [v], bezoldiging [v] {zn.}
salaris
loon
wedde
verdienste (mv. verdiensten)
traktement
gage [v]
bezoldiging [v] {zn.}
Ondank is 's werelds loon.
Ondank is 's werelds loon.
Hij verdient een hoog salaris.
Hij verdient een hoog salaris.
inkomen [o] (het ~), verdiensten, verdienste [v] (de ~), ontvangsten, ontvangst, inkomsten [m] (de ~), inkomst {zn.}
inkomen [o] (het ~)
verdiensten
verdienste [v] (de ~)
ontvangsten
ontvangst
inkomsten [m] (de ~)
inkomst {zn.}
merite, merites (de ~), verdienste [v] (de ~) {zn.}
merite
merites (de ~)
verdienste [v] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan verdiensten

merites - inkomen - verdienste - opbrengst - ontvangst - baat - winst - gewin - salaris - loon - wedde - traktement - gage - bezoldiging - ontvangstenbedrag - prestatie - bejaardenaftrek