Vertaling van vermetelheid

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
durf [m], lef, vermetelheid [v], stoutmoedigheid [v], stoutheid [v], gedurfdheid [v] {zn.}
durf [m]
lef
vermetelheid [v]
stoutmoedigheid [v]
stoutheid [v]
gedurfdheid [v] {zn.}
Je hebt lef.
Je hebt lef.
Hoe durf je zoiets zeggen?
Hoe durf je zoiets zeggen?
stoutmoedigheid [v], vermetelheid [v], onversaagdheid [v] {zn.}
stoutmoedigheid [v]
vermetelheid [v]
onversaagdheid [v] {zn.}
overmoed [m] (de ~), vermetelheid, stoutmoedigheid, driestheid {zn.}
overmoed [m] (de ~)
vermetelheid
stoutmoedigheid
driestheid {zn.}
Zonder vrees, zonder overmoed
Zonder vrees, zonder overmoed


Gerelateerd aan vermetelheid

durf - lef - stoutmoedigheid - stoutheid - gedurfdheid - onversaagdheid - overmoed - driestheidcourage