Vertaling van vezelen
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
vezelen {ww.}
vezelen {ww.}
ik vezel
jij vezelt
hij/zij/het vezelt
ik vezel
jij vezelt
hij/zij/het vezelt
» meer vervoegingen van vezelen
ik vezel
jij vezelt
hij/zij/het vezelt
ik vezel
jij vezelt
hij/zij/het vezelt
» meer vervoegingen van vezelen