Vertaling van voordeel
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
voordeel, pré {zn.}
voordeel
pré {zn.}
pré {zn.}
Lange spelers hebben een voordeel in basketbal.
Lange spelers hebben een voordeel in basketbal.
Het is een voordeel een computer de kunnen gebruiken.
Het is een voordeel een computer de kunnen gebruiken.
voordeel, belang , nut, baat {zn.}
voordeel
belang
nut
baat {zn.}
belang
nut
baat {zn.}
Wie heeft er baat bij?
Wie heeft er baat bij?
De info die je me gaf is van weinig nut.
De info die je me gaf is van weinig nut.
voordeel, belang , baat , winst, profijt, gewin {zn.}
voordeel
belang
baat
winst
profijt
gewin {zn.}
belang
baat
winst
profijt
gewin {zn.}
Hij haalt altijd voordeel uit de gemaakte fouten van zijn tegenstanders.
Hij haalt altijd voordeel uit de gemaakte fouten van zijn tegenstanders.
Als je de zwaartekracht in je voordeel kunt gebruiken, doe dat dan.
Als je de zwaartekracht in je voordeel kunt gebruiken, doe dat dan.
voordeel, profijt {zn.}
voordeel
profijt {zn.}
profijt {zn.}
voordeel {zn.}
voordeel {zn.}
voordeel {zn.}
voordeel {zn.}
plus , voordeel , winstpunt, pre , prae, pré, pluspunt {zn.}
plus
voordeel
winstpunt
pre
prae
pré
pluspunt {zn.}
voordeel
winstpunt
pre
prae
pré
pluspunt {zn.}
Twee plus twee is vier.
Twee plus twee is vier.
Vijf plus drie is acht.
Vijf plus drie is acht.
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Nederlands
Lange spelers hebben een voordeel in basketbal.
Lange spelers hebben een voordeel in basketbal.
Het is een voordeel een computer de kunnen gebruiken.
Het is een voordeel een computer de kunnen gebruiken.
Hij haalt altijd voordeel uit de gemaakte fouten van zijn tegenstanders.
Hij haalt altijd voordeel uit de gemaakte fouten van zijn tegenstanders.
Als je de zwaartekracht in je voordeel kunt gebruiken, doe dat dan.
Als je de zwaartekracht in je voordeel kunt gebruiken, doe dat dan.