Vertaling van vooruitzien
Inhoud:
Nederlands
Nederlands
verwachten, voorzien, vooruitzien, bedacht zijn op {ww.}
verwachten
voorzien
vooruitzien
bedacht zijn op {ww.}
voorzien
vooruitzien
bedacht zijn op {ww.}
ik zal verwachten
ik zou verwachten
jij zult verwachten
ik zal verwachten
ik zou verwachten
jij zult verwachten
» meer vervoegingen van verwachten
Je kan niet alles van de scholen verwachten.
Je kan niet alles van de scholen verwachten.
Je kunt niet van me verwachten dat ik altijd overal aan denk!
Je kunt niet van me verwachten dat ik altijd overal aan denk!
vooruitzien, vooruitziend {ww.}
vooruitzien
vooruitziend {ww.}
vooruitziend {ww.}
ik zal vooruitzien
ik zou vooruitzien
jij zult vooruitzien
ik zal vooruitzien
ik zou vooruitzien
jij zult vooruitzien
» meer vervoegingen van vooruitzien
voorzien, vooruitzien {ww.}
voorzien
vooruitzien {ww.}
vooruitzien {ww.}
ik zal vooruitzien
ik zou vooruitzien
jij zult vooruitzien
ik zal voorzien
ik zou voorzien
jij zult voorzien
» meer vervoegingen van voorzien
Koeien voorzien ons van goede melk.
Koeien voorzien ons van goede melk.
Het FBI heeft de kamer van de misdadiger in het geheim van afluisterapparatuur voorzien.
Het FBI heeft de kamer van de misdadiger in het geheim van afluisterapparatuur voorzien.