Vertaling van waardigheid

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
waardigheid [v], zelfrespect, zelfgevoel {zn.}
waardigheid [v]
zelfrespect
zelfgevoel {zn.}
Het is beneden haar waardigheid om zoiets te zeggen.
Het is beneden haar waardigheid om zoiets te zeggen.
Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap…
Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap…
waardigheid [v] {zn.}
waardigheid [v] {zn.}
waardigheid [v], deftigheid [v] {zn.}
waardigheid [v]
deftigheid [v] {zn.}
waardigheid [v] {zn.}
waardigheid [v] {zn.}
waardigheid [v], valentie [v] {zn.}
waardigheid [v]
valentie [v] {zn.}


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Nederlands

Het is beneden haar waardigheid om zoiets te zeggen.

Het is beneden haar waardigheid om zoiets te zeggen.

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.


Gerelateerd aan waardigheid

zelfrespect - zelfgevoel - deftigheid - valentie