Vertaling van weekheid

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
weekheid [v], zachtheid [v], malsheid [v] {zn.}
weekheid [v]
zachtheid [v]
malsheid [v] {zn.}
weekheid, weekhartigheid, overgevoeligheid, teerhartigheid, sentimentaliteit [v] (de ~) {zn.}
weekheid
weekhartigheid
overgevoeligheid
teerhartigheid
sentimentaliteit [v] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan weekheid

zachtheid - malsheid - weekhartigheid - overgevoeligheid - teerhartigheid - sentimentaliteitovergevoeligheid