Vertaling van weerhaan

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
weerhaan {zn.}
weerhaan {zn.}
weerhaan {zn.}
weerhaan {zn.}
haan [m], weerhaan {zn.}
haan [m]
weerhaan {zn.}
Er kraait geen haan naar.
Er kraait geen haan naar.
Tom heeft een enorme haan.
Tom heeft een enorme haan.
haan, windhaan [m] (de ~), weerhaan [m] (de ~) {zn.}
haan
windhaan [m] (de ~)
weerhaan [m] (de ~) {zn.}
De koe loeit, de haan kraait, het varken knort, de eend kwaakt en de kat miauwt.
De koe loeit, de haan kraait, het varken knort, de eend kwaakt en de kat miauwt.
De koe zegt "boe", de haan zegt "kukelekuu", het varken zegt "knor", de eend zegt "kwak" en de kat zegt "miauw".
De koe zegt "boe", de haan zegt "kukelekuu", het varken zegt "knor", de eend zegt "kwak" en de kat zegt "miauw".
jaknikker [m] (de ~), weerhaan [m] (de ~), paladijn [m] (de ~), jabroer, conformist, meeloper [m] (de ~) {zn.}
jaknikker [m] (de ~)
weerhaan [m] (de ~)
paladijn [m] (de ~)
jabroer
conformist
meeloper [m] (de ~) {zn.}


Gerelateerd aan weerhaan

haan - windhaan - jaknikker - paladijn - jabroer - conformist - meeloperwindwijzer - adept