Vertaling van werkpaard

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
werkpaard, trekpaard {zn.}
werkpaard
trekpaard {zn.}
werkpaard [m] (het ~), werkezel, sjouwer, sappelaar, ploeteraar [m] (de ~), zwoeger {zn.}
werkpaard [m] (het ~)
werkezel
sjouwer
sappelaar
ploeteraar [m] (de ~)
zwoeger {zn.}
werkpaard [m] (het ~) {zn.}
werkpaard [m] (het ~) {zn.}


Gerelateerd aan werkpaard

trekpaard - werkezel - sjouwer - sappelaar - ploeteraar - zwoegerwerker - paard