Vertaling van zabberen

Inhoud:

Nederlands
Nederlands
zeveren, speeksel afscheiden, zabberen, kwijlen {ww.}
zeveren
speeksel afscheiden
zabberen
kwijlen {ww.}

ik kwijl
jij kwijlt
hij/zij/het kwijlt

ik zever
jij zevert
hij/zij/het zevert
» meer vervoegingen van zeveren



Gerelateerd aan zabberen

zeveren - speeksel afscheiden - kwijlen