Vertaling van boek

Inhoud:

Nederlands
Portugees
boek [o] {zn.}
livro
Dit boek was gemakkelijk.
Este livro foi fácil.
Ik lees dit boek.
Estou lendo esse livro.
openhouden, reserveren, vrijhouden, bespreken, boeken {ww.}
reservar
guardar
aantekenen, boeken, registreren, vastleggen {ww.}
inscrever
registrar
alistar


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Portugees

Dit boek was gemakkelijk.

Este livro foi fácil.

Ik lees dit boek.

Estou lendo esse livro.

Wie schreef dit boek?

Quem escreveu este livro?

Dit is een boek.

É um livro.

Is dit uw boek?

Este é o teu livro?

Dit is mijn boek.

Este é o meu livro.

Wiens boek is dit?

De quem é este livro?

Geef mij het boek.

Dá-me o livro.

Heb je dit boek nodig?

Você precisa deste livro?

Dit boek is van mij.

Este livro é meu.

Hebt ge het boek uitgelezen?

Você acabou com o livro?

Een boek lezen is interessant.

Ler um livro é interessante.

Dit boek is van jou.

Este livro é teu.

Ik heb het boek gelezen.

Eu li o livro.

Hij las het boek gisteren.

Ele leu o livro ontem.


Gerelateerd aan boek

openhouden - reserveren - vrijhouden - bespreken - boeken - aantekenen - registreren - vastleggen