Vertaling van buiten-

Inhoud:

Nederlands
Portugees
buiten-, extern, uiterlijk, uitwendig {bn.}
adventício
exterior
externo
buiten, daarbuiten, uiterlijk {bw.}
fora
de fora
behalve, buiten, ongerekend {vz.}
além de
com exclusão de
exceto de
fora
buiten [o], buitenverblijf [o], landhuis, villa {zn.}
vila
behalve, bij uitzondering, buiten, op ... na, uitgezonderd {bw.}
excepcionalmente
buiten {vz.}
afora
fora de


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Portugees

Hij is buiten aan het wandelen.

Ele foi dar um passeio.

Ik wil deze namiddag niet buiten gaan.

Não quero sair esta tarde.

Kun je eieren bewaren buiten de koelkast?

Os ovos podem ser mantidos fora da geladeira?

Kam uw haar voordat ge buiten gaat.

Penteie os cabelos antes de sair.

De jongen deed zijn sportschoenen aan en liep naar buiten.

O menino calçou seus tênis esportivos e correu para fora.