Vertaling van gemaakt
Inhoud:
Nederlands
Portugees
gemaakt, kunstmatig, artificieel {bn.}
artificial
gemaakt, bestudeerd, gekunsteld, gemaniëreerd, gemanierd, onecht, onwaarachtig, gewrongen {bn.}
afectado
aanstellerig, geposeerd, gekunsteld, gemaakt, gewrongen {bn.}
afectado
onnatuurlijk, gewild, gewrongen, opgesmukt, spastisch, geforceerd, krampachtig, gekunsteld, gemaakt {bn.}
afectado
onecht, gekunsteld, gemaakt, gewrongen {bn.}
afectado
gedwongen, afgedwongen, noodgedwongen, onvrijwillig, gekunsteld, gemaakt, gewrongen {bn.}
afectado
bombastisch, hoogdravend, pathetisch, retorisch, schreeuwerig, gezwollen, gekunsteld, gemaakt, gewrongen {bn.}
afectado
huichelachtig, farizees, geveinsd, hypocriet, jezuïtisch, schijnheilig, schijnvroom, voorgewend, gekunsteld, gemaakt, gewrongen {bn.}
afectado
overgecultiveerd, gekunsteld, gemaakt, gewrongen {bn.}
afectado
doen ontstaan, formeren, maken, ontwikkelen {ww.}
provocar
estabelecer
pruzir
engendrar
estabelecer
pruzir
engendrar
componeren, maken, scheppen, schrijven {ww.}
escrever
compor
compor
Ik ga morgen een brief schrijven.
Vou escrever uma carta amanhã.
Ik heb geen tijd om te schrijven.
Não tenho tempo para escrever.
maken, aanmaken, bedrijven, doen, uitbrengen, uitrichten, uitvoeren {ww.}
fazer
cometer
confeccionar
executar
formar
cometer
confeccionar
executar
formar
Hij is bang fouten te maken.
Ele tem medo de cometer erros.
Wees niet bang om een fout te maken.
Não tenha medo de cometer um erro.
creëren, maken, scheppen {ww.}
fazer
instituir
criar
instituir
criar
Zult ge deze namiddag uw huiswerk maken?
Você vai fazer sua lição de casa esta tarde?
Ik heb een week de tijd om mijn huiswerk af te maken.
Tenho uma semana para fazer meu dever de casa.
fabriceren, maken, aanmaken, vervaardigen {ww.}
fabricar
herstellen, maken, repareren, verhelpen, verstellen {ww.}
consertar
restaurar
reparar
restaurar
reparar
Kan je die lekke band nu herstellen?
Você pode consertar o pneu furado agora?
Voorbeelden in zinsverband
Nederlands
Portugees
Wat heeft Jean gemaakt?
Que fez Jean?
Ik heb veel vrienden gemaakt.
Eu fiz muitas amigas.
Ik heb een foto van haar gemaakt.
Eu fiz uma foto dela.
Deze foto heb ik vorige week gemaakt.
Eu tirei essa foto uma semana atrás.
Ik zal wel een fout gemaakt hebben.
Devo ter cometido um erro.
Haar moeder heeft haar gemaakt tot wat ze is.
A mãe dela foi quem a transformou no que ela é.
Ik denk dat je een fout hebt gemaakt.
Eu acho que você cometeu um erro.
Jij was het niet die de cake hebt gegeten die ik heb gemaakt, het was je zus.
Se não foi você quem comeu o bolo que eu fiz, foi a sua irmã.