Vertaling van gezicht

Inhoud:

Nederlands
Portugees
gezicht [o], schouwspel {zn.}
vista
panorama
Voor hem was het liefde op het eerste gezicht.
Ele se apaixonou por ela à primeira vista.
air [o], gelaatsuitdrukking [v], gezicht [o], uiterlijk, uitzicht {zn.}
fisionomia
cara
expressão
aparência
zicht, gezicht [o], gezichtsvermogen {zn.}
aspecto
droombeeld [o], droomgezicht [o], gezicht [o], visioen {zn.}
visão
gelaat [o], aangezicht [o], gezicht [o], toet [m], facie, porem {zn.}
rosto
semblante
cara
Zijn gezicht werd rood.
Seu rosto ficou vermelho.
Haar gezicht werd plotseling rood.
O rosto dela, de repente, ficou vermelho.
maaien, zichten {ww.}
segar
foiçar
roçar
ceifar


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Portugees

Zijn gezicht werd rood.

Seu rosto ficou vermelho.

Voor hem was het liefde op het eerste gezicht.

Ele se apaixonou por ela à primeira vista.