Vertaling van kruisen

Inhoud:

Nederlands
Portugees
kruisen, kruisigen {ww.}
crucificar
kruisen, over elkaar slaan {ww.}
cruzar
atravessar
kruisen,  {ww.}
cruzar
hekje [o], kruis (mv. kruisen) [o] {zn.}
sustenido
diese
kruis (mv. kruisen) [o] {zn.}
cruz
kruis (mv. kruisen) [o], vork [v] {zn.}
garfo
Er ontbreekt een vork.
Um garfo está faltando.


Gerelateerd aan kruisen

kruisigen - over elkaar slaan - - hekje - kruis - vork