Vertaling van moeten
ter a obrigação
ter de
dever
Voorbeelden in zinsverband
We moeten hier weg.
É melhor irmos embora.
Wij moeten naar school gaan.
Precisamos ir à escola.
We moeten iets doen, Tom.
Temos que fazer algo, Tom.
Je handen moeten gewassen worden.
Suas mãos precisam ser lavadas.
Jullie moeten bus 5 nemen.
Você deve pegar o ônibus número 5.
We moeten de wet volgen.
Precisamos obedecer à lei.
Hij had een paar potloden moeten kopen.
Ele devia ter comprado alguns lápis.
Ge zoudt altijd de waarheid moeten zeggen.
Deve-se sempre dizer a verdade.
We moeten altijd de wetten gehoorzamen.
Deveríamos sempre obedecer às leis.
Jullie zouden om verontschuldiging moeten vragen.
Você deveria pedir desculpas.
We moeten op onze gezondheid letten.
Nós devemos ser cuidadosos com nossa saúde.
Je zou niet om moeten gaan met zulke mannen.
Você não deveria se juntar a homens assim.
Dat zou iets zijn wat ik zou moeten programmeren.
Isso seria algo que eu teria que programar.