Vertaling van storten
Inhoud:
Nederlands
Portugees
storten, strooien {ww.}
entornar
despejar
derramar
despejar
derramar
gieten, plengen, schenken, storten, vergieten {ww.}
despejar
verter
derramar
verter
derramar
betalen, dokken, storten, uitbetalen, uitkeren, voldoen {ww.}
pagar
custear
custear
Ik zou met baar geld willen betalen.
Eu gostaria de pagar em dinheiro.