Vertaling van verwachten

Inhoud:

Nederlands
Portugees
wachten, verwachten, te wachten staan {ww.}
esperar
estar à espera de
aguardar
Ik kan alleen maar wachten.
Só me resta esperar.
Ik wil niet zo lang wachten.
Eu não quero esperar tanto.
bedacht zijn op, verwachten, vooruitzien, voorzien {ww.}
antever
prever


Voorbeelden in zinsverband

Nederlands
Portugees

Je kan niet alles van de scholen verwachten.

Não se pode esperar tudo das escolas.

Je kunt niet van me verwachten dat ik altijd overal aan denk!

Você não pode esperar que eu sempre pense em tudo!


Gerelateerd aan verwachten

wachten - te wachten staan - bedacht zijn op - vooruitzien - voorzien