Vertaling van want

Inhoud:

Nederlands
Portugees
handschoen [m], want {zn.}
luva
aangezien, daar, omdat, vermits, want, wijl {vw.}
pois que
porque
visto que
luchten, spuien, uitluchten, ventileren, wannen {ww.}
ventilar
arejar
waaien, frisse lucht toewaaien, wannen {ww.}
ventilar
joeirar
abanar