Vertaling van wij
Voorbeelden in zinsverband
Wij praten graag.
Nós gostamos de falar.
Waar zijn wij?
Onde estamos?
Wij zijn Arabieren.
Somos árabes.
Wij hebben genoeg tijd.
Temos tempo suficiente.
Wij zijn het volk.
Somos o povo.
Wij moeten naar school gaan.
Precisamos ir à escola.
Wij hebben een auto nodig.
Precisamos de um carro.
Wij wonnen de bronzen medaille.
Nós ganhamos a medalha de bronze.
Wij wonen in de Verenigde Staten.
Moramos nos Estados Unidos.
Wij tweeën weten dat jullie tweeën liegen.
Nós dois sabemos que vocês dois estão mentindo.
Wij voeren koffie in uit Brazilië.
Nós importamos café do Brasil.
Wij hebben een collega in Spanje.
Temos um colega na Espanha.
Wij allen proberen minstens een keer per jaar bijeen te komen.
Nós todos tentamos nos reunir pelo menos uma vez ao ano.
Nu lees ik, lees jij en leest hij; wij lezen allen.
Agora estou lendo; você está lendo e ele está lendo; todos nós estamos lendo.