Vertaling van João

Inhoud:

Portugees
Nederlands
João {eigenn.}
Johan
Johannes
Hans [m]
Jan
Jannes
Janus


Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

João e Maria se amavam.

John en Mary hielden van elkaar.

João disse: "Galera, vamos fazer uma pausa."

John zei: "Hé jongens, laten we een pauze nemen."