Vertaling van alguém

Inhoud:

Portugees
Nederlands
alguém, algum, uma pessoa {onb. vnw.}
een of ander
iemand 
een 
een zeker


Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Alguém não veio hoje?

Is er iemand afwezig vandaag?

Alguém está batendo à porta.

Iemand klopt op de deur.

Tom quer alguém para amá-lo.

Tom wil dat iemand van hem houdt.

"Alguém pode me ajudar?" "Eu posso."

"Kan iemand mij helpen?" "Ik zal helpen."

Se alguém perguntar qual é o sentido da história, eu realmente não sei.

Mocht iemand vragen waar het in het verhaal om gaat, zou ik het echt niet weten.


Gerelateerd aan alguém

algum - uma pessoa