Vertaling van arranjar

Inhoud:

Portugees
Nederlands
arranjar, arrumar, ordenar {ww.}
terechtbrengen
schikken 
opruimen
ruimen 
regelen 
inrichten
arranjar, arrumar, dispor, ordenar, preparar {ww.}
regelen 
arrangeren
ordenen
aanrichten 
arranjar, obter {ww.}
verschaffen
verstrekken 
uitreiken
acomodar, adaptar, ajustar, arranjar {ww.}
accommoderen
aanpassen 
adquirir, arranjar, obter {ww.}
verwerven
behalen 
verkrijgen 
buitmaken

Gerelateerd aan arranjar

arrumar - ordenar - dispor - preparar - obter - acomodar - adaptar - ajustar - adquirir