Vertaling van arroz

Inhoud:

Portugees
Nederlands
arroz {zn.}
rijst  [m]
Você tem arroz?
Heb je rijst?
Eles comem muito arroz.
Ze eten veel rijst.


Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Você tem arroz?

Heb je rijst?

Estou comendo arroz.

Ik ben rijst aan het eten.

Eles comem muito arroz.

Ze eten veel rijst.

Não quero comer arroz cozido.

Ik wil geen gekookte rijst eten.

A qualidade do arroz está caindo.

De kwaliteit van de rijst vermindert.

Você quer comer macarrão ou arroz?

Wil je noedels of rijst eten?