Vertaling van automóvel

Inhoud:

Portugees
Nederlands
auto, automóvel, carro {zn.}
auto  [m]
automobiel  [m]
Ele tem um automóvel.
Hij heeft een auto.
Este carro é meu.
Dit is mijn auto.


Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Ele tem um automóvel.

Hij heeft een auto.

Eu comprei um novo automóvel.

Ik kocht een nieuwe auto.

O automóvel do meu pai é novo.

De auto van mijn vader is nieuw.


Gerelateerd aan automóvel

auto - carro