Vertaling van cabelo

Inhoud:

Portugees
Nederlands
cabelo {zn.}
haar  [o]
beharing [v]
haardos [m]
Ela tem cabelo curto.
Ze heeft kort haar.
Ela tem cabelo muito curto.
Haar haar is heel kort.
cabelo, pêlo {zn.}
haar  [m]
Eu gosto de cabelo curto.
Kort haar vind ik leuk.
Esse jovem tem cabelo azul.
Deze jongeman heeft blauw haar.


Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Ela tem cabelo curto.

Ze heeft kort haar.

Eu gosto de cabelo curto.

Kort haar vind ik leuk.

Ela tem cabelo muito curto.

Haar haar is heel kort.

Esse jovem tem cabelo azul.

Deze jongeman heeft blauw haar.

Eu cortei meu cabelo no cabeleireiro.

Ik liet mijn haar knippen bij de kapper.

Você quer que eu penteie seu cabelo?

Wilt ge dat ik u kam?

Meu cabelo é mais comprido que o de Jane.

Mijn haar is langer dan dat van Jane.

Ele corta o cabelo uma vez por mês.

Hij knipt zijn haar eens per maand.

Ele corta o cabelo uma vez por mês.

Hij laat zijn haar eens per maand knippen.

Ele adora seu cabelo, seu sorriso, seus olhos? Eta! Ele é bom para caramba em contar mentira!

Hij houdt van haar haar, haar glimlach, haar ogen? Wow, hij kan verdomd goed liegen!


Gerelateerd aan cabelo

pêlo