Vertaling van chegar

Inhoud:

Portugees
Nederlands
chegar, vir, ir {ww.}
komen 
Vocês podem vir?
Kan je komen?
Como vamos chegar lá?
Hoe gaan we daar komen?
chegar {ww.}
aankomen 
arriveren 
Quero saber quando minha bagagem vai chegar.
Ik wil weten wanneer mijn bagage zal aankomen.
Devido à tempestade, não conseguimos chegar na hora estabelecida.
Door de storm zijn we niet op de voorziene tijd kunnen aankomen.
bastar, satisfazer, ser suficiente, chegar {ww.}
volstaan
voldoen
toereikend zijn
voldoende zijn
toereiken

Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Como vamos chegar lá?

Hoe gaan we daar komen?

Ele tinha acabado de chegar.

Hij was zojuist gearriveerd.

O trem vai chegar logo.

De trein is in aantocht.

Quero saber quando minha bagagem vai chegar.

Ik wil weten wanneer mijn bagage zal aankomen.

Devido à tempestade, não conseguimos chegar na hora estabelecida.

Door de storm zijn we niet op de voorziene tijd kunnen aankomen.

Ele está preocupado com a possibilidade de chegar atrasado.

Hij is bezorgd dat hij misschien te laat komt.

OK. Acho que sei onde você quer chegar.

OK. Ik zie waar je naartoe gaat.

Eu disse a Jane como chegar à nossa escola.

Ik heb Jane verteld hoe ze naar onze school kon komen.

Por favor, escreva-me uma carta assim que chegar.

Stuur me alsjeblieft een kaartje zodra je aankomt.

Quanto tempo demora para o ônibus do aeroporto chegar até o aeroporto?

Hoelang doet de vliegveldbus erover naar het vliegveld?

A lógica é um método sistemático de chegar à conclusão errada com confiança.

Logica is een systematische methode om betrouwbaar uit te komen op de verkeerde conclusie.

Eu quero ir para o céu mas não quero morrer para chegar lá!

Ik wil naar de hemel gaan, maar ik wil niet sterven om er te geraken!

Estou tão cansado que vou para a cama assim que chegar em casa.

Ik ben zo moe dat ik naar bed ga zodra ik thuiskom.


Gerelateerd aan chegar

vir - ir - bastar - satisfazer - ser suficiente