Vertaling van chuva

Inhoud:

Portugees
Nederlands
chuva {zn.}
regen  [m]
Vá embora, chuva!
Regen, regen, ga weg!
A chuva durou cinco dias.
De regen duurde vijf dagen.


Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Vá embora, chuva!

Regen, regen, ga weg!

Vou pegar esse guarda-chuva.

Ik zal deze paraplu nemen.

Eu comprei um guarda-chuva.

Ik heb een paraplu gekocht.

Li um artigo sobre chuva ácida ontem.

Ik las gisteren een artikel over zure regen.

Esqueci de trazer meu guarda-chuva comigo.

Ik ben vergeten m'n paraplu mee te nemen.

Jim está zangado porque a garota com quem ele tinha combinado de ir ao cinema não apareceu e ele perdeu uma hora esperando por ela na chuva.

Jim is boos omdat zijn vriendin hem liet zitten bij hun filmafspraakje. Hij stond wel een uur in de regen op haar te wachten.