Vertaling van doença

Inhoud:

Portugees
Nederlands
doença {zn.}
ziekte  [v]
kwaal [v]
aandoening  [v]
Ele falou sobre sua doença.
Hij praatte over haar ziekte.
Ela sofre de uma doença contagiosa.
Ze lijdt aan een besmettelijke ziekte.


Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Ele falou sobre sua doença.

Hij praatte over haar ziekte.

Ela tem uma doença cardíaca.

Ze heeft een hartkwaal.

Ela sofre de uma doença contagiosa.

Ze lijdt aan een besmettelijke ziekte.

Muito estresse pode levar à doença física.

Teveel stress kan tot een handicap leiden.

Você já foi acometido por alguma doença grave?

Heb je ooit een ernstige ziekte gehad?