Vertaling van eles

Inhoud:

Portugees
Nederlands
elas, eles {pers. vnw.}
ze
zij 


Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Eles veem Dan.

Zij zien Dan.

Eles não tinham comida.

Ze hadden geen eten.

Eles também vêm?

Komen zij ook?

Eles comem muito arroz.

Ze eten veel rijst.

São amigos eles?

Zijn ze vrienden?

Eles viveram felizes para sempre.

Ze leefden nog lang en gelukkig.

Eles vendem notebooks na loja?

Verkopen ze schriften in die winkel?

Eles partiram ontem a noite.

Gisteravond zijn ze vertrokken.

Eles não tomam decisões importantes.

Ze nemen geen belangrijke beslissingen.

Eles roubaram a minha garrafa de vinho!

Ze stalen mijn fles wijn!

Eles beberam duas garrafas de vinho.

Ze hebben twee flessen wijn gedronken.

Eles são fascinados por sangue e violência.

Ze zijn gefascineerd door bloed en geweld.

Não posso concordar com eles neste assunto.

Hierover kan ik het met hem niet eens zijn.

Eles devem estar esperando por você.

Ze zijn vast op je aan het wachten.

Eles estão casados há dez anos.

Ze zijn tien jaar getrouwd geweest.


Gerelateerd aan eles

elas