Vertaling van ensinar

Inhoud:

Portugees
Nederlands
ensinar, instruir, lecionar {ww.}
leren
scholen
instrueren
bijbrengen 
Em 1972, a doutora Francine Patterson começou a ensinar a língua de sinais a Koko.
In 1972 begon Dr. Francine Patterson met gebarentaal aan Koko te leren.
adrestrar, amansar, domar, ensinar, educar {ww.}
dresseren
temmen
africhten 

Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Ensinar requer muita paciência.

Onderwijzen vraagt veel geduld.

Ensinar crianças pequenas não é fácil.

Lesgeven aan jonge kinderen is niet makkelijk.

Ensinar crianças pequenas não é fácil.

Lesgeven aan jonge kinderen is niet makkelijk.

Ele tem uma vasta experiência em ensinar.

Hij heeft een lange ervaring in lesgeven.

O trabalho da minha irmã é ensinar inglês.

Mijn zus werkt als lerares Engels.

Em 1972, a doutora Francine Patterson começou a ensinar a língua de sinais a Koko.

In 1972 begon Dr. Francine Patterson met gebarentaal aan Koko te leren.


Gerelateerd aan ensinar

instruir - lecionar - adrestrar - amansar - domar - educar