Vertaling van homem

Inhoud:

Portugees
Nederlands
homem {zn.}
mens  [m]
menselijk wezen
Sou um homem livre.
Ik ben een vrije mens.
Não só de pão vive o homem.
Een mens leeft niet van brood alleen.
homem, varão, macho {zn.}
man  [m]
gast 
gozer
manmens
kerel 
vent  [m]
manspersoon [m]
Você viram este homem?
Hebt u deze man gezien?
Vi o homem pular.
Ik heb de man zien springen.


Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Vi o homem pular.

Ik heb de man zien springen.

Sou um homem livre.

Ik ben een vrije mens.

Você viram este homem?

Hebt u deze man gezien?

Homem é tudo igual.

Alle mensen zijn gelijk.

Um homem deve ser honesto.

Een man moet eerlijk zijn.

Ele já é um homem.

Hij is al een man.

Este homem tem um cavalo.

Deze man heeft een paard.

Eu sou um homem velho.

Ik ben een oude man.

Farei de você um homem.

Ik zal een man van u maken.

É um típico homem japonês.

Hij is een typische Japanse man.

Ela viu um homem alto ontem.

Gisteren zag ze een grote man.

Tom é o homem dos meus sonhos.

Tom is de man van mijn dromen.

Acho que ele é um homem honesto.

Ik denk dat hij een eerlijk iemand is.

Ontem ele viu um grande homem.

Gisteren heeft hij een grote man gezien.

O homem é único animal que ri.

De mens is het enige dier dat kan lachen.


Gerelateerd aan homem

varão - macho