Vertaling van idioma

Inhoud:

Portugees
Nederlands
idioma, língua, linguagem {zn.}
taal 
Fala a minha língua?
Spreek je mijn taal?
O meu idioma não está na lista!
Mijn taal staat niet op de lijst!
idioma, língua {zn.}
idioom 
taaleigen 

Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

O meu idioma não está na lista!

Mijn taal staat niet op de lijst!

É divertido aprender um idioma estrangeiro.

Het is leuk om een vreemde taal te leren.

As palavras eram de um idioma muito antigo.

De woorden kwamen uit een heel oude taal.

Cento e vinte e cinco anos têm mostrado: o esperanto é muito mais que apenas um idioma.

Honderdvijfentwintig jaar hebben het aangetoond: Esperanto is veel meer dan enkel een taal.

É possível indicar a data em que nasceu um idioma? "Mas que pergunta!", você tende a dizer. E mesmo assim tal data existe: 26 de julho, o Dia do Esperanto. Nesse dia, em 1887, apareceu em Varsóvia um livrinho de Ludwik Lejzer Zamenhof sobre a "Língua Internacional".

Kan men een datum aanduiden, waarop een taal begon te leven? Men is geneigd te antwoorden: "Wat een vraag!" . En toch bestaat er zulk een datum: 26 juli, Esperantodag. Op die dag in 1887 verscheen in Warschau een brochure van Ludwik Lejzer Zamenhof over de "Internationale Taal".


Gerelateerd aan idioma

língua - linguagem