Vertaling van nós
Voorbeelden in zinsverband
Nós não nos conhecemos.
We kennen elkaar niet.
Nós gostamos de falar.
Wij praten graag.
Nós somos velhos amigos.
We zijn oude vrienden.
Nós temos muito tempo.
We hebben veel tijd.
Nós temos duas orelhas.
We hebben twee oren.
Nós escutamos a porta fechar.
We hoorden de deur dichtgaan.
Nós importamos café do Brasil.
Wij voeren koffie in uit Brazilië.
Ninguém de nós é imortal.
Niemand van ons is onsterfelijk.
Dividimos o dinheiro entre nós.
We hebben het geld onderling verdeeld.
Nós passamos a noite em Hakone.
We brachtten de nacht door in Hakone.
Nós não sabíamos qual ônibus tomar.
We wisten niet welke bus we moesten nemen.
Nós moramos perto de uma grande biblioteca.
We wonen in de buurt van een grote bibliotheek.
Nós vimos o pássaro quando visitamos Okinawa.
We zagen de vogel toen we Okinawa bezochten.
Se pelo menos nós tivéssemos um jardim!
Hadden we maar een tuin!
Aconteceu de nós encontrarmos ela no parque.
We hebben haar toevallig ontmoet in het park.