Vertaling van relógio
Inhoud:
Portugees
Nederlands
O seu relógio está correto?
Loopt je horloge goed?
Ela deu-lhe um relógio.
Ze gaf hem een horloge.
relógio {zn.}
horloge
Comprei um relógio.
Ik heb een horloge gekocht.
Não consigo encontrar meu relógio.
Ik kan mijn horloge niet vinden.
Voorbeelden in zinsverband
Portugees
Nederlands
Este relógio está quebrado.
Deze klok is kapot.
Não consigo encontrar meu relógio.
Ik kan mijn horloge niet vinden.
Ela deu-lhe um relógio.
Ze gaf hem een horloge.
O seu relógio está correto?
Loopt je horloge goed?
Estou procurando o meu relógio.
Ik ben op zoek naar mijn horloge.
Não sei onde está meu relógio.
Ik weet niet waar mijn horloge is.
Eu comprei um relógio para ela.
Ik kocht een horloge voor haar.
Acerte o relógio. Está dez minutos adiantado.
Zet de klok goed. Hij loopt tien minuten voor.
Você sabe onde está o meu relógio?
Weet je waar mijn horloge is?
Ganhou um relógio de ouro do professor.
Hij kreeg van de leraar een gouden polshorloge.