Vertaling van saber

Inhoud:

Portugees
Nederlands
saber {ww.}
beheersen 
kennen 
machtig zijn
conhecer, saber {ww.}
weten 
É o que queremos saber.
Dit is wat we willen weten.
Como você pode não saber?
Hoe kan je dat niet weten?
conhecer, saber {ww.}
kennen 
bekend zijn met
Ele parece nos conhecer.
Hij lijkt ons te kennen.

Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Quero saber.

Ik ben nieuwsgierig.

Queria saber nadar.

Ik wou dat ik kon zwemmen.

Como eu poderia saber?

Weet ik veel!

É o que queremos saber.

Dit is wat we willen weten.

Como você pode não saber?

Hoe kan je dat niet weten?

Ela quer saber quem enviou as flores.

Ze wil weten wie de bloemen stuurde.

Quero saber quando minha bagagem vai chegar.

Ik wil weten wanneer mijn bagage zal aankomen.

Quero saber o que você fez este verão.

Ik wil weten wat je deze zomer gedaan hebt.

Por que você quer saber o que eu estou pensando?

Waarom wilt ge weten waaraan ik denk?

Você realmente precisa fazer a pergunta para saber a resposta?

Moet je echt de vraag stellen om het antwoord te weten te komen?

Ela leu a carta, e então veio a saber que ele estava morto.

Zij las de brief, en zo kwam ze te weten dat hij dood was.

Ela está curiosa em saber quem foi que mandou as flores.

Ze is nieuwsgierig naar wie de bloemen stuurde.


Gerelateerd aan saber

conhecer