Vertaling van saber

Inhoud:

Portugees
Nederlands
saber {ww.}
kennen 
machtig zijn
beheersen 
conhecer, saber {ww.}
kennen 
bekend zijn met
conhecer, saber {ww.}
weten 
É o que queremos saber.
Dit is wat we willen weten.
Como você pode não saber?
Hoe kan je dat niet weten?


Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Queria saber nadar.

Ik wou dat ik kon zwemmen.

Ela quer saber quem enviou as flores.

Ze wil weten wie de bloemen stuurde.

Quero saber o que você fez este verão.

Ik wil weten wat je deze zomer gedaan hebt.

Ela leu a carta, e então veio a saber que ele estava morto.

Zij las de brief, en zo kwam ze te weten dat hij dood was.


Gerelateerd aan saber

conhecer