Vertaling van sozinho

Inhoud:

Portugees
Nederlands
isolado, , sozinho, único {bn.}
alleen 
enig 
louter
verlaten


Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

O idoso mora sozinho.

De oude man leeft alleen.

Não quero ir sozinho.

Ik wil niet alleen gaan.

Me senti sozinho.

Ik voelde me alleen.

Eu gosto de estar sozinho.

Ik ben graag alleen.

Ele mora sozinho na floresta.

Hij leeft alleen in de bossen.

O problema resolveu-se sozinho.

Het probleem heeft zichzelf opgelost.

É porque você não quer ficar sozinho.

Dat is omdat je niet alleen wilt zijn.

Preferiria ir ao cinema sozinho do que ir com o Bob.

Ik zou liever alleen naar de bioscoop gaan dan samen met Bob.


Gerelateerd aan sozinho

isolado - - único