Vertaling van vinho

Inhoud:

Portugees
Nederlands
vinho {zn.}
wijn  [m]
Eu não bebo muito vinho.
Ik drink niet veel wijn.
Eles roubaram a minha garrafa de vinho!
Ze stalen mijn fles wijn!


Voorbeelden in zinsverband

Portugees
Nederlands

Eu não bebo muito vinho.

Ik drink niet veel wijn.

Ele tomou uma taça de vinho tinto.

Hij dronk een glas rode wijn.

Eles roubaram a minha garrafa de vinho!

Ze stalen mijn fles wijn!

Eles beberam duas garrafas de vinho.

Ze hebben twee flessen wijn gedronken.

Vamos tomar um vinho ou uma cerveja.

Laten we wijn of bier drinken.

Me dê uma garrafa de vinho.

Geef me een fles wijn.

Se você gosta de cerveja, pode gostar de vinho.

Als je bier lekker vindt, dan vind je wijn misschien ook lekker.