Vertaling van affär

Inhoud:

Zweeds
Nederlands
affär, butik, handelsbod {zn.}
winkel 
zaak 
boetiek
affär, sak {zn.}
ding  [o]
aangelegenheid  [v]
affaire  [v]
zaak 
affär, handel {zn.}
koopmanschap [o]
transactie
nering [v]
negotie
handel 
zaak 

Gerelateerd aan affär

butik - handelsbod - sak - handel