Vertaling van bil

Inhoud:

Zweeds
Nederlands
bil {zn.}
auto  [m]
automobiel  [m]
Han har en bil.
Hij heeft een auto.
Detta är min bil.
Dit is mijn auto.


Voorbeelden in zinsverband

Zweeds
Nederlands

Han har en bil.

Hij heeft een auto.

Jag skulle vilja hyra en bil.

Ik zou graag een auto willen huren.