Vertaling van binda

Inhoud:

Zweeds
Nederlands
binda {ww.}
inbinden
binden 
binda, snöra {ww.}
verbinden 
vastmaken 
binden 
vastbinden
aansluiten 
inbinda, binda {ww.}
brocheren
inbinden
innaaien

Gerelateerd aan binda

snöra - inbinda