Vertaling van bror

Inhoud:

Zweeds
Nederlands
broder, bror {zn.}
broer  [m]
frater [m]
broeder [m]
Min bror är lärare.
Mijn broer is leraar.
Han är min bror.
Hij is mijn broer.


Voorbeelden in zinsverband

Zweeds
Nederlands

Min bror är lärare.

Mijn broer is leraar.

Han är min bror.

Hij is mijn broer.

Han är längre än sin bror.

Hij is langer dan zijn broer.


Gerelateerd aan bror

broder