Vertaling van far

Inhoud:

Zweeds
Nederlands
fader, far, pater {zn.}
vader  [m]
pater [m]
Min far älskar min mor.
Mijn vader houdt van mijn moeder.
Han är min bror, inte min far.
Hij is mijn broer, niet mijn vader.
får {zn.}
schaap  [o]


Voorbeelden in zinsverband

Zweeds
Nederlands

Min far älskar min mor.

Mijn vader houdt van mijn moeder.

Jag har en vän vars far är en känd pianist.

Ik heb een vriend, wiens vader een beroemd pianist is.


Gerelateerd aan far

fader - pater - får