Vertaling van prata

Inhoud:

Zweeds
Nederlands
prata, snacka {ww.}
praten 
keuvelen
babbelen 
Hon började prata med hunden.
Ze begon tegen de hond te praten.
prata, snacka {ww.}
kwaadspreken
kletsen 

Voorbeelden in zinsverband

Zweeds
Nederlands

Hon började prata med hunden.

Ze begon tegen de hond te praten.

Känner du till någon doktor som kan prata japanska?

Ken je dokters die Japans spreken?


Gerelateerd aan prata

snacka