Vertaling van skada

Inhoud:

Zweeds
Nederlands
smärta, skada {ww.}
pijn doen
pijn veroorzaken
bezeren
beskåda, kika, skåda, titta {ww.}
toekijken
toezien
schouwen
kijken naar
bekijken 
kijken 
blikken
se, skåda, skönja, titta {ww.}
zien 
Låt mig se.
Laat zien.
Vi ska se.
We zullen zien.

Gerelateerd aan skada

smärta - beskåda - kika - skåda - titta - se - skönja